‘Ieder kind blijft voor een stukje bij je’
Het begon zo halverwege de jaren negentig met een artikel in de huis-aan-huis krant. Véronique van Loon uit Geldrop: “Ik las dat Make-A-Wish vrijwilligers zocht. Ik had zelf drie gezonde kinderen en soms leek dat zo vanzelfsprekend. Maar toen ik dat stuk las, werd ik diep geraakt en dacht: zo vanzelfsprekend is het niet. Ik heb meteen gereageerd en de organisatie gebeld: ik wil vrijwilliger worden.”
De allereerste wens die Véronique mocht begeleiden was die van een meisje dat naar The Phanton of the Opera wilde. “Heel bijzonder om dan zo in het leven van een kind te stappen. We moesten alles regelen: de kaartjes, het eten en slapen in het Kurhaus. Toen we in het hotel aankwamen, hebben we meteen de kamers omgeruild want wij hadden zeezicht en ons wenskind niet. Dat kon natuurlijk niet, het wenskind moest de mooiste kamer krijgen.”
De chauffeur van de Mercedes die het gezelschap richting het Kurhaus reed was de vader van Marion Coolen uit het nabije Helmond. Geen toeval, ook Marion was begonnen als vrijwilliger van Make-A-Wish. “Toen mijn vader hoorde van de wens zei hij: dan wil ik wel rijden. Mijn man werkte bij een bedrijf waar ze luxe auto’s verkochten. Zo ging dat dus, je zette gewoon je hele omgeving in.”
Marion was gevallen voor Make-A-Wish toen ze een uitzending van Vinger aan de Pols zag, met presentatrice Ria Bremer. “Ze zonden een reportage uit waarbij een wenskind naar Spanje ging om Sinterklaas te ontmoeten, want hij was vergeten hem iets te vertellen toen Sint in Nederland was. Ik zag dat en vond het zo ontroerend.”
De sleutel: gewoon jezelf zijn
Al snel voelden ze hoeveel voldoening het halen en vervullen van de wensen gaf. Marion: “Een jongetje uit Helmond wilde zo graag piloot zijn, maar durfde niet in een vliegtuig. Toen hebben we hem in een flight simulator in Amsterdam weten te krijgen. Hij was ernstig ziek, maar zo blij toen hij die wens beleefde. Heel vaak zeggen mensen: ‘Ik snap niet dat jij dat kunt, dat jij daar tegen kan.’ Maar ik zeg dan altijd: ‘Dé liefste wens kan ik niet regelen, want dat is beter worden. Maar we kunnen die kinderen en hun omgeving wel ontzorgen. Wat is er nou mooier dan iemand blij te maken?”
Hoe doe je dat bij al die verschillende wensen van zoveel verschillende kinderen, weten ze dat na dertig jaar? Marion: “Gewoon jezelf zijn. Niet alles willen invullen voor de kinderen. Op de achtergrond blijven, maar er toch voor ze zijn zodra dat nodig is. Een kind mag niet merken dat er iets niet soepel loopt. Een keer wilde een kind mee met een helikopter. Alles geregeld, alles stond klaar, maar toen ging die helikopter kapot. Ik ben gaan rondlopen op zoek naar een oplossing. Kwam er een piloot naar me toe: ‘Wat zoekt u mevrouw?’ Een helikopter. ‘Nou, dat komt goed uit,’ zei die man heel droog, ‘u bent hier op een vliegveld. Ik haal er eentje en dan vliegen jullie lekker met mij mee.’ Als je niks doet, gebeurt er niks, maar als je wel iets doet, kun je geluk hebben.”
Véronique: “De kunst is improvisatietalent te hebben en alles aan te voelen. Daarvoor heb je voelsprieten nodig die je aan moet zetten. Voelsprieten kun je niet kweken, die heb je of niet. En als je ze hebt, voel je je ook aangetrokken vrijwilliger te zijn voor Make-A-Wish.”
Ook de broertjes en zusjes zien
Véronique heeft alles van al die wensvervullingen bewaard. “Iemand had uitgezocht dat ik bij 370 wensen betrokken ben geweest. Zo leuk om dan alles weer eens na te kijken in die boekjes waarin ik alles schrijf.” Marion heeft ruim honderd wensen in elkaar gezet als wensvervuller en is menigmaal met Véronique mee geweest om wensen te halen. Weten de twee van elkaar wat ze echt goed kunnen? Marion: “Véronique is heel geduldig en kan heel goed communiceren. Ze is tactisch, duidelijk en lief naar de kinderen.” Véronique: “Marion heeft een enorm talent voor organiseren. Als ze een wens vervult, weet je dat het allemaal goed komt. Tot in de puntjes.”
Marion: “Vaak zie je dat het niet alleen om het wenskind zelf draait, maar dat ook de broertjes en zusjes het zwaar hebben. Die mogen niet vergeten worden. Als wensvervuller ben ik er vaak van begin tot eind bij en dan moet ik daarna wel even thuis ontladen. Mijn man voelt dat feilloos aan, na een tijdje komt-ie dan bij me met een glas in zijn hand: ‘Wil je wat drinken?’ En dan praten we er samen over. Het ligt ook aan de aard van de wensen natuurlijk. Een super spoedwens maakt vaak enorm veel impact. Ik zal nooit meer vergeten dat een meisje nog zo graag een keer wilde vliegen, want: ‘Dan kan ik alvast wennen aan de wolken als ik straks naar boven ga.’ Dat hakt er in hoor. Het is dan wel even de kunst met twee voeten op de grond te blijven.”
De kern van het kind
Ook al vliegt de tijd, dertig jaar is natuurlijk best een periode. Waarin ze zijn gegroeid, beter zijn geworden in hun rol. Véronique: “Enerzijds door trainingen met rollenspellen, anderzijds door de ervaringen die je opdoet. Ik heb geleerd meer op mezelf te vertrouwen. Vroeger stond ik meer in de stand van: o jee, als ik maar niets vergeet te vragen. Nu weet ik gewoon dat wenshalen vooral een gesprek van mens tot mens is, waarbij je niet steeds lijstjes moet afvinken, maar echt naar de kern van het kind moet zoeken.”
Marion: “Soms is een wens heel simpel: het mogen aaien van paarden. Maar als ik aanvoel: eigenlijk zou het kind nog wel wat meer willen dan dat, maak ik het zo magisch en geweldig mogelijk. Dan moet een wensvervulling niet goed worden, maar fenomenaal.”
Véronique: “Nooit gaan voor second best, dat is er bij ons wel ingesleten, waarbij de eerste vraag is: wat is het beste voor het kind?”
Marion: “Na dertig jaar hebben we natuurlijk overal zo onze connecties die we inzetten. Ik ben nu ook wenshaler geworden én Wensvervuller Voor Een Dag. Dan merk ik toch wel hoe ervaren ik inmiddels ben. Ik zie altijd weer een kans. Er is altijd wel een helpende hand, altijd wel een oplossing of een goed idee.”
Wat zou Make-A-Wish zijn zonder gouden krachten als Véronique en Marion? Ze moeten er bescheiden om lachen, maar gelukkig zeggen ze ook: “We blijven oneindig verbonden als vrijwilliger.” Véronique: “De uitdaging, de voldoening, daar doe je het voor. Hoe mooi is dat: je komt een uur binnen bij een gezin en loopt het huis uit met een liefste wens van een kind in je tas. Ik vertelde net dat ik al mijn wensen heb verzameld in boekjes, maar meer dan dat nog heb ik heel veel wensen in mijn hoofd en hart.”
Marion: “O dat herken ik volledig. Van elke wens, van ieder kind, blijft een stukje bij ons.”